Over Schiphol en de luchtvaart

Marktordening

Marktordening

Dit artikel verscheen eerder op Luchtvaartbeleid.nl.
Het Directoraat-Generaal Luchtvaart maakt beleid op het gebied van Milieu, Veiligheid, Capaciteit en Marktordening. Vier belangrijke thema’s in de luchtvaart die niet altijd samen gaan. Wat goed is voor het milieu is niet altijd goed voor de veiligheid. Sommige aanvliegroutes bijvoorbeeld zorgen voor minder geluidsoverlast. Maar deze routes kunnen bij bepaalde windrichting en -sterkte minder veilig zijn. Als Schiphol verder mag groeien is dat goed voor Schiphol en voor de economie. Maar het kan ook slechter uitpakken voor het milieu.
Het is aan het DG Luchtvaart om de minister te helpen afwegingen te maken en prioriteiten te stellen, waardoor een goede balans ontstaat tussen deze vier thema’s. DGL zorgt voor een helder veiligheids- en milieukader, waarbinnen mogelijkheden worden geboden voor optimalisatie van capaciteit en benutting daarvan (zowel op de grond als in de lucht). Het DG Luchtvaart streeft daarbij naar een zodanige marktordening dat consumenten en leveranciers van luchtvaart tot een optimale balans kunnen komen van vraag en aanbod.
Omdat vliegen over landsgrenzen heen gaat en ieder land zeggenschap heeft over het luchtruim boven haar grondgebied moeten er afspraken gemaakt worden op Europees en internationaal niveau.
Om te voorzien in een efficiënt werkend luchtvaartbestel en de netwerkkwaliteit van de nationale luchthaven te behouden en versterken, behartigt het DG Luchtvaart de luchtvaartbelangen van Nederland in internationale luchtvaartorganisaties. Daarbij wordt gestreefd naar een open en vrije luchtvaartmarkt en voldoende verbindingen van en naar Schiphol. Zo worden bijvoorbeeld afspraken gemaakt over slotregulering, staatssteun, een accuraat mededingingsregime en tarievenregulering voor luchthavens.
De volgende projecten dragen bij aan de doelen die het DG Luchtvaart heeft gesteld op het gebied van marktordening.
Mainport
Een mainport is een luchthaven met een goed ontwikkeld net van continentale en intercontinentale luchtlijnen, die optimaal op elkaar aansluiten. Op dit moment is Schiphol de vierde luchthaven van Europa. Schiphol als mainport is van groot belang voor de economie en werkgelegenheid. In het kader van een zich steeds verder ontwikkelende mondiale netwerkeconomie is verbreding en opwaardering van de economische activiteiten op en rond Schiphol daarom van vitaal belang. De overheid is hierbij schepper en steller van randvoorwaarden voor veiligheid, natuur en milieu waarbinnen de luchthaven en de luchtvaartmaatschappijen hun activiteiten kunnen optimaliseren.Liberalisering
Om de aansluiting van Nederland op het mondiale luchtvaartnetwerk te behouden en te versterken en om een open en concurrerende luchtvaartmarkt te creëren, zal worden ingezet op het vergroten van de markttoegang voor de Nederlandse luchtvaartmaatschappijen in het buitenland. Een van de voornaamste middelen om die gewenste marktwerking te creëren is liberalisering: het vergroot de keuzemogelijkheden voor de consument en verladers en biedt heldere kaders voor de verantwoordelijke partijen in de vervoersmarkt. De luchtvaartsector kan in een geliberaliseerde markt als ‘normale’ sector opereren. De overheid blijft verantwoordelijk voor de kaderstelling op het gebied van veiligheid en milieu.

Slots
Om start- en landingsmogelijkheden op luchthavens met een schaarse capaciteit eerlijk te verdelen tussen de luchtvaartmaatschappijen, is het principe van slotallocatie ingevoerd. In Nederland geldt voor de luchthavens Schiphol en Eindhoven, dat alleen luchtvaartmaatschappijen die over slots beschikken, op deze luchthavens mogen starten en landen. Op die manier wordt de fysieke en milieu capaciteit die voor de luchtvaart bechikbaar is, zo goed mogelijk benut.

Staatssteun
Naar aanleiding van de aanslagen van 11 september 2001 is staatssteun aan luchtvaartmaatschappijen weer een aandachtspunt. De luchtvaartsector van de Verenigde Staten is een aanzienlijk steunpakket toegezegd. Vanwege het feit dat zowel door een aantal EU-lidstaten als door de VS weer naar het middel staatssteun gegrepen hebben om luchtvaartmaatschappijen te laten overleven en vanwege de gevolgen die dit heeft voor de concurrentie met luchtvaartmaatschappijen die deze steun niet ontvangen, heeft Nederland in de EU aangedrongen op een gemeenschappelijke beleidslijn ten aanzien van de implementatie van steunmaatregelen.