Over Schiphol en de luchtvaart

Luchthaven Schiphol

De grootste Nederlandse luchthaven is, in tegenstelling tot wat de meeste toeristen denken, niet gelegen in Amsterdam. De luchthaven is formeel gezien een eigen deelgemeente binnen de gemeentegrenzen van Haarlemmermeer. Desondanks is de luchthaven uitgegroeid tot nationale luchthaven als onderdeel van de hoofdstad Amsterdam.

Met zijn ruim 58 miljoen passagiers die jaarlijks de terminals aandoen is het de op vier na grootste luchthaven van Europa als het om aantallen passagiers gaat. De Nederlanders moeten alleen Heathrow, Charles de Gaulle, Frankfurt en Atatürk voor zich dulden.

Geschiedenis

De gemeente Haarlemmermeer waar Schiphol te vinden is ontstond na de droogmaling van de Haarlemmermeer tussen 1848 en 1852. Omdat de luchthaven in een polder ligt, is er een verschil met de zeespiegel. In dit geval bedraagt dit verschil vier meter. Vanaf 1916 wordt het huidige Schiphol in gebruik genomen als militair vliegveld (1914). Het toenmalige Schiphol leek in de verste verte niet op de huidige, moderne luchthaven. Zo moest het militair personeel zich wassen in een van de slootjes en sliep men in met straatlantaarns verlichte barakken. Met argus ogen werd door de boeren van de omliggende landerijen gekeken naar de militaire activiteit.

Na de Eerste Wereldoorlog begon de echte groei van Schiphol als Nederlandse luchthaven. Met de oprichting van KLM (1919) werd het vliegveld ook gebruikt voor niet-militaire vluchten. Het idee was afkomstig van Albert Plesman, die de werkloos geworden militaire vliegtuigen een andere bestemming gaf: commerciële vluchten voor burgers. De eerste lijndienst die door Plesman in het leven werd geroepen was die tussen Amsterdam en Londen. Pas op 17 mei 1920 landde er een echt serieus toestel dat voor de burgerluchtvaart ingezet werd. Het was de Havilland DH-16. Het toestel moest genoegen nemen met een landingsbaan van gras.

Aan het einde van de jaren twintig was Schiphol uitgegroeid tot de gemeentelijke luchthaven van Amsterdam. Net zoals andere grote steden beschikte de hoofdstad nu over een eigen luchthaven. Dit kwam goed van pas toen in 1928 de Olympische Spelen in Amsterdam gehouden werden. Hier werden de gasten op professionele wijze verwelkomd. Het vergde nog wel even een investering om de luchthaven op tijd af te krijgen voor de opening van De Spelen.

In 1938 kreeg Schiphol als tweede Europese luchthaven de beschikking over een aantal verharde banen (vier). Al eerder was er een modern luchthavengebouw verrezen. Daarnaast bleef de luchthaven in gebruik als militaire basis. Dit zorgde ervoor dat in de Meidagen van 1940 Schiphol hoog op het verlanglijstje van de Duitsers stond. Doel was om de luchthaven snel te veroveren, zonder al teveel schade aan te richten. Daarna moest de basis gebruikt worden voor de invasie van Groot-Brittannië. Dit was reden genoeg voor de Geallieerden om Schiphol tijdens de oorlog met de grond gelijk te maken. In totaal werden maar liefst 400.000 bommen boven de Nederlandse polder afgeworpen.

Na de oorlog werd de luchthaven hersteld en volgde de economische groei. De luchthaven werd een van de mainports van Nederland. Van tarweakkers naar een Airport City en een van de belangrijkste verkeersknooppunten van Europa.

Schiphol in 2020

Hoewel de groei van Schiphol jaarlijks stijgt, is het de bedoeling om het aantal vliegbewegingen op de luchthaven te intensiveren tot 500.000 op jaarbasis in 2020. Belangrijk hierbij is het verminderen van de overlast en het spreiden van vliegbewegingen naar andere Nederlandse vliegvelden. Te denken valt aan het commercieel exploiteren van Lelystad Airport.

Om dit te bewerkstelligen heeft de overheid besloten om van de luchthaven een beleidsprioriteit te maken. Dit zorgt ervoor dat er in het te volgen beleid rekening gehouden wordt met de balans tussen economie, milieu en omwonenden. Meer hierover valt te lezen in de speerpunten van het Ministerie van Infrastructuur en MilieuDit ministerie zorgt voor de naleving van opgestelde regels. Het is de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) die de naleving van de regels controleert.